In artikel 2.1.3.1 is een duidelijke verschuiving naar zelfredzaamheid, eigen kracht en gebruik maken van omgeving, familie, mantelzorg, algemene en gebruikelijke voorzieningen te zien. De vragen daarover zijn:
1. Op welke manier worden de effecten van deze verschuiving gemonitord?
2. Op welke manier en in welke frequentie wordt er gecontroleerd op klanttevredenheid bij intakegesprekken en het onderzoek dat plaatsvindt voordat het maatwerkplan klaar is?
3. Hoe wordt tevredenheid over de conclusie van het maatwerkplan geƫvalueerd?
4. Wordt de OCO als optie aangeboden aan de aanvrager als helpende? Zo ja, Hoe vaak is hiervan gebruikt gemaakt in 2025?
5. Op welke manier wordt snelheid van oplossen van het probleem gemonitord?
6. Hoe wordt de doelmatigheid van de geboden oplossing gemonitord?
7. Leiden de geboden oplossingen daadwerkelijk tot zelfredzaamheid en tevredenheid en verbetering. Hoe wordt dit onderzocht?
8. Op welke manier worden resultaten van deze onderzoeken verwerkt en opgeslagen?
9. Op welke manier beweegt de organisatie mee met deze veranderingen? Worden processen hierop bijvoorbeeld aangepast?
Daarnaast nog een aantal algemene vragen over het proces bij Wmo-aanvragen:
1. Is er een termijn waarbinnen een aanvrager geen recht heeft op een voorziening (bijvoorbeeld omdat er binnen een aantal weken herstel wordt verwacht), zo ja, wat is die termijn?
2. Zo ja, waarop is dat gebaseerd (wetgeving, beleidsregels, protocollen)?
Antwoord
1. De inzet van familie, mantelzorg, algemene en gebruikelijke voorzieningen worden opgenomen in de beschikking. Als blijkt dat hier mutaties in zijn volgt overleg met de inwoner. Tijdens de voortgangsgesprekken en eventuele meldingen vanuit de zorgleverancier en inwoner wordt dit onderwerp besproken en is hier aandacht voor.
2. Jaarlijks vindt er een clientervaringsonderzoek (CEO) plaats, waarin dit wordt uitgevraagd (Wmo 2015 artikel 2.5.1). Ook bij melding voor verlenging/ wijziging indicatie (onderdeel van het onderzoek) wordt dit meegenomen.
3. Na het afgeven van de indicatie (waarin aard en omvang staan) aan de inwoner volgt de daadwerkelijke ondersteuning. Deze ondersteuning wordt geleverd door een vooraf gecontracteerde zorgleverancier, die de zorg levert op basis van de indicatie en maatwerkplan. In het maatwerkplan staan doelen. Zowel de zorgaanbieder als de gemeente controleren of aan deze doelen wordt gewerkt.
4. De optie OCO wordt standaard, tijdens de (keukentafel)gesprekken met inwoners, aangeboden. In de uitnodigingsbrief wordt de mogelijkheid van de OCO ook benoemd. Het OCO krijgt voor de uitvoering van haar taken subsidie. De subsidieverantwoording dient uiterlijk 1 april 2026 over het kalenderjaar daarvoor te worden overlegd. In de verantwoording staan ook de kwantitatieve gegevens over 2025. Per kwartaal overlegt de OCO de kwantitatieve gegevens. In de eerste drie kwartalen van 2025 hebben in totaal 376 inwoners ondersteuning vanuit het OCO ontvangen.
5. De gemeente, gecontracteerde zorgleverancier en inwoner staan naast elkaar om eventuele problemen adequaat op te lossen. Dit wordt niet gemonitord.
6. Er vindt regelmatig afstemming plaats tussen de zorgleverancier, de gemeente en de inwoner in hoeverre er adequaat aan de doelen, die zijn opgenomen (in de indicatie/beschikking), wordt gewerkt.
Dit kan effect hebben op de aard en omvang van de reeds ingezette ondersteuning en eventuele herziening van de indicatie/beschikking.
7. Deze vraag maakt deel uit van het jaarlijks clientervaringsonderzoek (CEO). Doel van de Wmo is dat de gemeente ervoor zorgt dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen hierin worden ook de aspecten zelfredzaamheid en samenredzaamheid meegenomen. Zie antwoord vraag 6.
8. De resultaten van de clientervaringsonderzoeken worden verstrekt aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (wettelijke taak). Tevens worden de onderzoeken gebruikt voor het verbeteren van de dienstverlening aan inwoners.
9. Ja, dit is het geval. Processen, procedures, de communicatie, informatievoorziening, systemen, etc. worden waar nodig hierop aangepast.
1. Vanaf melding tot indicatiestelling is de wettelijke termijn voor afhandeling 8 weken. Het kan zijn dat de ondersteuning niet meer nodig is omdat de inwoner deze ondersteuning niet meer nodig heeft (is hersteld).
2. Wetgeving die is vertaald in de verordening en beleidsregels.